Ik ga nu niet meer per dag beschrijven wat er allemaal gebeurt is, maar geef alleen de belangrijkste zaken weer. Op woensdag 24 juni word ik 's morgens thuis opgehaald door mijn collega Herman. Ik ga namelijk een kopje koffie drinken op mijn werk, laat de krammen uit mijn buik halen en heb een afspraak met de dokter in Garderen. Om te beginnen veel handen schudden van collega's die blij zijn dat ze me weer zien. Ze vinden dat ik er goed uit zie en ik kan ze ook bevestigen dat ik me goed voel. Veel collega's zijn er overigens niet vanwege een oefening. Het is wel vreemd om weer op mijn eigen kantoor te zijn en in mijn eigen stoel te zitten.
Om 08.30 wordt ik bij de MGD (Militair Geneeskundige Dienst) verwacht alwaar een verpleegkundige de krammen (19 stuks) uit mijn buik haalt. Het doet geen pijn en dat valt mij weer mee! Vervolgens ga ik naar boven in hetzelfde gebouw voor de afspraak met de dokter. Die zit tijdelijk weer in een ander kantoortje dan ik gedacht had, dus duurt het even voor ik aan de beurt ben. Geeft niks, er wacht toch geen werk op mij. Ik heb een uitgebreid gesprek gehad met de dokter en afgesproken dat ik ga proberen 3 ochtenden te werken (aanwezig te zijn) volgende week. Dat bespreek ik later ook nog met de overste en die vind dat redelijk doldriest en niet nodig. Ik moet vooral eerst beter worden en dan pas aan werken denken. Dat geluid zal ik de komende dagen nog van veel mensen horen! Er komt dan ook niets terecht van mijn plannen. Als ik een half uurtje aan het wandelen of fietsen ben is de pijp bij mij al weer helemaal leeg en moet ik even rusten. En dat betekend dan op de bank, ogen dicht en een uur of anderhalf slapen. Mijn hoofd denkt al wel aan werken, maar het lichaam kan nog niet mee.
De rest van de week ontvang ik nog menig kaart, gaat de telefoon met prettige regelmaat en moet ik goed mijn mail in de gaten houden. Velen weten me daar op te vinden en dat is fijn.
Zoals ik al vertelde maak ik wandelingen en fietstochten en dat doe ik meestal samen met Jolande. De enkele keer dat zij er niet is en ik toch op pad ga neem ik de telefoon mee. Ik hoef dan Chantal maar te bellen en dan zal ze me komen redden!