zondag 21 juni 2009

Dag van verbetering

13 juni:


Vandaag komt er weer een andere dokter de visite lopen. Deze keer is het dokter Broeders (die ook nog eens 2x professor is in iets). Samen met de verpleging wordt er gesproken over wat we nu eens moeten gaan doen en eigenlijk is zijn mening dat de maagsonde er maar gewoon uit moet en dan gaan we wel kijken wat er gebeurt. Volgens hem moet de maag dan gewoon op gang komen en kan ik dan ook gaan eten wat ik wil, zolang het maar niet met tegenzin is................ Volgens hem kan dan ook de wonddrain er wel uit en dan gaan we later wel nadenken over de rest. Voor mij kwam dit wel als een donderslag bij heldere hemel, want ik ging er nog steeds van uit de de maagsonde minimaal tot maandag zou blijven zitten. Maar ja, de dokter zal er toch wel verstand van hebben.

Ergens in de ochtend gaat het dan gebeuren; de maagsonde wordt verwijderd door de verpleging en de wonddrain gaat er ook uit. Over de drain maak ik me geen zorgen maar ik ben wel bang dat er toch "spul" uit de maag omhoog komt en dat lijkt me niet prettig. Ik ga voor de zekerheid maar eens wat meer rechtop in bed zitten en probeer een cracker te eten. Dat gaat eigenlijk heel erg goed. En wat is het lekker!!!!!!!!Complimenten aan de bovenste beste bakkers van Bolletje. Ik krijg ook zin om iets te drinken (dat had ik tot op heden bijna niet gedaan namelijk) en de keuze valt op appelsap en ranja. Alles blijft erin en ik voel me opgelucht in meerdere opzichten. Het lijkt erop alsof dokter Broeders gelijk heeft gehad.

Als Jolande 's morgens binnen komt is ze blij verrast om te zien dat........ de wonddrain eruit is. Ik beaam dat natuurlijk meteen en heb eerst zelf ook niet door dat het haar helemaal niet op schijnt te vallen, dat de maagsonde er ook uit is. (Ik zie het ook nooit als zij naar de kapper is geweest, dus zo erg is dit niet)Gelukkig ziet ze het toch vrij snel. Ook voor haar is dat een enorme opluchting. Tijdens het bezoekuur komt ook dokter Li nog even kijken naar de morfinepomp en die kan wat hem betreft uit. Ik vind dat goed, want van pijn heb ik eigenlijk al de hele periode geen last gehad. Dat is natuurlijk te danken aan de morfine, maar dat die nu uit gaat, is niet erg. Ik wil er natuurlijk niet van afhankelijk worden.

's Middags komt mijn broer Harold op visite. Hij is op de motor. Die wil ik graag zien, maar daarvoor zal ik mee naar buiten moeten en dat is nog net even een stap te ver. We praten wat over zijn onlangs afgelopen missie en dan komt ook Jolande weer binnen. Mark komt vandaag ook weer langs. Ik merk dat hij er moeite mee heeft om mij zo in het ziekenhuis te zien liggen. Ik denk weer terug aan 1979/1980. Mijn vader werd toen ziek en ik weet nog dat ik er zelf niet veel voor voelde om mee te gaan met mijn moeder naar het ziekenhuis. Ook ik vond het niet leuk om mijn vader daar te zien liggen. Ik vertel Mark dat ik het niet erg vind en dat ik goed begrijp hoe hij zich voelt omdat ik dat zelf ook gehad heb. Hij lijkt hierdoor enigszins opgelucht.

Het is overigens nog steeds niet duidelijk of ik nou wel of niet een darmbacterie heb, maar het verplegend personeel wordt wel geacht enkele extra beschermingsmaatregelen te treffen als ze met mij in aanraking komen. Dit om te voorkomen dat ze andere patiënten besmetten. Het schijnt overigens vaker voor te komen na een operatie zoals ik hem heb ondergaan. Door het verwijderen van de dikke darm worden ook de goede bacteriën weggehaald en dan kunnen de slechte bacteriën wel eens de overhand krijgen. Volgens één van de verpleegkundigen ziet het er uit alsof de bacterie er inderdaad is en ruikt het ook nog eens naar de bacterie. Het is geen leuk nieuws, maar voorlopig hebben we nog geen resultaat binnen van de kweek.

Na het bezoekuur komt de overste ook nog even onverwacht langs. Hij was in de buurt en kon het niet laten om te komen kijken.


In de loop van de dag (ik weet niet meer precies wanneer) wordt de morfinelijn uit mijn rug gehaald. Daar voel ik bijna niks van. Het lostrekken van de afdekpleister doet nog het meest pijn. Er blijkt wel een klein blaartje op mijn rug te zitten van het schuren van de pleister. Ik ben al lang blij dat ik geen blaren heb van het alleen maar op mijn rug liggen. Ik ga af en toe ook even op de po-stoel en dat geeft mij een goed gevoel. De ontlasting komt dan nog onverwacht voor mij, maar ik hoef dan niet aan de verpleging te vragen of ze me weer eens schoon willen maken. Mijn billen poetsen kan ik nu wel weer zelf!


Ik merk aan mezelf dat het nu de goede kant op gaat. Ik kan af en toe wat drinken en dat blijft ook binnen. Ik eet af en toe een cracker en krijg behoefte aan andere dingen dan alleen maar in bed liggen. Ik vraag of de TV aangesloten kan worden en na een kort telefoontje is het dan zover; ik kijk televisie! Het zorgt gelijk weer voor tranen bij mij. Waarom weet ik eigenlijk niet. Ik denk omdat ik nu dus weer meer ga denken en voelen hoe het is buiten het ziekenhuis. Het heeft (te) lang geduurd voordat ik daar aan heb kunnen denken.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten