vrijdag 19 juni 2009

Er begint wat te rommelen

10 juni:

Ik begin te wennen aan het ziekenhuisritme. Je wordt namelijk vroeg wakker van de geluiden op de gang. De nachtdienst begint bij alle patienten de controles uit te voeren. Als ze bij ons op de kamer zijn ben ik er helemaal klaar voor; bloeddruk, hartslag, temperatuur en zuurstfgehalte. alles weer netjes zoals het hoort te zijn. Gelukkig val ik daarna nog weer in slaap maar rond half acht beginnen er geluiden te klinken van de mensen die met het eten rond komen. Aan mij is dat niet besteed, want door die maagsonde en mijn algehele toestand heb ik geen behoefte aan eten. Ik weet niet eens of het nu al wel praktisch haalbaar is om te eten.

Bij het middagbezoek zie ik Jolande, mijn moeder en Chantal weer. Het blijft voorlopig allemaal een beetje hetzelfde; ik heb niet veel energie, heb last van de maagsonde en lig maar een beetje te liggen! In de buik begint wel het een en ander te rommelen. Het lijkt erop alsof ik een windje laat. Waar dat normaal gesproken naturlijk niet op prijs gesteld wordt, is het nu een prestatie om trots op te zijn!?! Niet lang daarna komt de ontlasting ook een beetje op gang. Nadeel daarbij is dat ik er geen enkele controle over heb. Ik vind dat niet prettig, maar de verpleging geeft onverstoorbaar aan, dat ze het iedere keer netjes zullen schoonmaken. Het kost wel iedere keer kracht om op mijn zij te draaien, zodat ze ook daadwerkelijk goed kunnen schoonmaken. Ik kan gelukkig wel behoorlijk goed meewerken daarbij en dat is voor de verpleging weer makkelijker.

Bij het bezoek zet ik mijn bril maar ens op. Dat had ik al die tijd eigenlijk nog niet gedaan omdat ik er geen behoefte aan had. Ik heb 's Avonds minder praatjes. Ik voel me weer slap en beroerd. Jolande moet huilen omdat ze zich zo machteloos voelt. Daardoor komen bij mij de waterlanders ook flink op gang. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst gehuild heb, maar vandaag gaan de sluizen open hoor! Vrienden van ons zorgen op afstand voor energie en denken aan ons. Dat geeft ontzettend veel steun, maar nu hebben we allebei even een ellende-moment. Jolande vindt het juist nu moeilijk om afscheid te nemen. Ik snap dat wel en als ze uiteindelijk weg is heb ik zelf nog even mijn eigen huilmoment. Een verpleegkundige ziet dit en vraagt wat er aan de hand is. In kan het op dat moment niet uitleggen en ze legt alleen maar even een hand op mijn knie. Dat geeft net weer een beetje steun waardoor ik mezelf weer in de hand krijg. Vanaf dit moment hou ik mijn zakdoek wel in de buurt en ik heb hem ook regelmatig nodig. Wat wordt je toch ineens op jezelf teruggeworpen in deze situatie.
Hierna het inmiddels normale ritme van controles en slapen gaan. De verpleging moet me vaak schoonmaken want ik voel de ontlasting absoluut niet aankomen en bovendien is het zo dun dat het lijkt of er water uit mijn billen komt. Ik voel mij daar zeer ongemakkelijk bij. Het hoort allemaal bij het werk en de eerste periode na deze operatie zeggen ze. Ik moet me er maar geen zorgen over maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten